Het Nieuwe Werken voorbij!

De afgelopen jaren zijn tal van bedrijven overgestapt op Het Nieuwe Werken. Ook de overheid omarmde HNW en stimuleerde werkend Nederland op verschillende manieren over te gaan op deze nieuwe manier van werken.

In de praktijk blijkt het niet zo succesvol als gedacht! Bedrijven komen er op terug, medewerkers zijn niet tevreden. Daarmee lijken de sceptici de overhand te krijgen. Het Nieuwe Werken is onzin, het werken op kantoor, op een eigen plek, is het beste.

De tegen geluiden over het tijd- en locatieonafhankelijk werken gaan overheersen. Maar betekent dit dat de ontwikkelingen rondom onze fysieke werkomgeving stagneren? Of misschien zelfs ongedaan gemaakt gaan worden?

Nee, hopelijk niet! Het tijd- en locatie onafhankelijk werken is een mogelijkheid voortvloeiend uit Het Nieuwe Werken. De essentie gaat over verantwoordelijkheid nemen en het loskomen van de statische werkmentaliteit.

Kortom, kies je als bedrijf voor Het Nieuwe Werken, kom dan los van het maken van flexwerkplekken en het stimuleren van thuiswerken. Mensen willen niet alleen vrij kunnen kiezen hoe ze hun werkzaamheden inrichten, mensen willen ook vrij zijn in de manier waarop ze wel of geen gebruik maken van de kantoorruimte. Dus schrijf als werkgever niet voor op welke manier je werknemers gebruik moeten maken van de fysieke werkomgeving.

Het kantoor van de toekomst komt los van de statische werkpatronen! Het voorziet in en ondersteunt dynamische gedragingen in de fysieke werkomgeving.

Een nieuwsitem op de website www.overhetnieuwewerken.nl kopte laatst “kenniswerker gaat weer naar kantoor”. De strekking van dit item was dat medewerkers vaker naar kantoor komen, omdat dat de plek is om elkaar te ontmoeten, te vergaderen en samen te werken. Daarnaast zijn het met name de jongere generaties, nu werkzaam binnen bedrijven, die vinden dat zij zich alleen kunnen profileren door aanwezigheid.

Het artikel baseert zich op het Nationaal Onderzoek HNW 2013. Hierbij is gekeken naar het gedrag van de jongeren, die zich op de huidige arbeidsmarkt bewegen. Daarbij moeten zij zich conformeren aan de werkwijze van de gevestigde orde. In hoeverre is de conclusie van het onderzoek toekomstbestendig? Er komen nieuwe generaties op de arbeidsmarkt. Deze generaties denken niet alleen anders, ze werken anders. Ze zijn opgegroeid met een digitale wereld. Hun communicatie stijlen passen niet binnen de huidige.

De kenniswerker van de toekomst heeft wel de behoefte aan samenwerken. Maar dan eerder onder het genot van een goede kop koffie sparren of in brainstormsessies. Dit stelt Mieke Tacken, trend forecaster, via www.needsfacility.nl. De verhoudingen op de werkvloer gaan veranderen. Er ontstaan andere relaties met collega’s, andere relaties met het management.

Dit alles brengt met zich mee dat de basis van het kantoor niet meer zal voldoen. Het interieur van het kantoor is statisch. Een werkplek is uitgerust met een bureau en een stoel, beide verstelbaar dat wel. Maar de verstelbaarheid van meubilair maakt een kantooromgeving niet dynamisch. Ook het eenvoudig aanbrengen van diversiteit in de soorten werkplekken maakt het kantoor niet dynamisch. Maar hoe ga je van het standaard kantoor via HNW naar een dynamisch kantoor?

Als eerste niet het kantoor veranderen gedreven door geld. De oplossing voor het dynamische kantoor ligt niet in het reduceren van m2. Het dynamische kantoor kent zijn grondslag in mobiele gebruikers. Maar de werkomgeving is ook een middel om mobiele gedrag bij gebruikers te ontlokken.

Een onderzoek van Rijkswaterstaat heeft aangetoond dat de werkomgeving direct van invloed is op het gedrag. Zo heeft de zithouding en de ruimte invloed op de inhoud van discussies. De keuze van het meubilair en de vormgeving van de ruimte ontlokken gedrag.

Een kantoor ingericht volgens het algemene beeld van Het Nieuwe Werken kent een eenzijdige uitstraling. Weliswaar met een variëteit aan type werkplekken, maar allen in dezelfde neutrale sfeer. In feite is dit een even statisch kantoor als het klassieke kantoor. Dit kantoor doorbreekt de huidige werkpatronen niet. Sterker nog een kantoor ingericht volgens deze principes lokt juist statisch gedrag uit bij de gebruikers.

Het dynamische kantoor kent naast een variëteit aan werkplekken ook een variëteit aan sferen. Er wordt gekeken naar welke werkvormen er wenselijk zijn voor een organisatie, concentratie, overleg, brainstorm, sparren. Ook wordt er gekeken naar de wenselijke bewegingen op de werkvloer. Op basis hiervan wordt een interieur ontwikkeld en de werkomgeving gefaciliteerd.

Er is geen sprake van werkplekdeling, eigen werkplekken of een flexfactor. Dat is allemaal ondergeschikt. Medewerkers worden mobiel. Werken op verschillende plaatsen, op kantoor, op een derde werkplek of thuis. Het bedrijf zorgt voor een basis, de ontmoetingsplaats, het facilitair centrum, het kantoor. Dit idealiter in combinatie met dependances of satellieten.

Kortom, HNW lijkt op zijn retour. Maar betekent dit dat het kantoor terug gaat naar het klassieke kantoor? Nee! Absoluut niet. Maar de behoefte aan samenwerken en sparren op professionele locaties, naast het eigen kantoor, neemt toe.

De opkomst van flexwerk centra zet door. Deze centra worden professioneler. Ze bieden bedrijven de mogelijkheid hun huisvestingslasten te flexibiliseren. Ze dienen als tijdelijke dependance of satelliet of als tweede werkplek. Kantoren worden dynamisch

Het Nieuwe Werken gaat om eigen verantwoordelijkheid, de regie over je eigen werk, qua inhoud en qua omgeving. Op deze wijze leeft HNW voort. De tijd van het vele thuiswerken komt wel ten einde. Immer thuis werk je alleen en zijn de mogelijkheden voor sparren, samenwerken en kennisdelen zeer beperkt. En dat is helemaal niet erg!

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink. Plaats een reactie of laat een trackback achter: Trackback URL.

Plaats een reactie

Uw e-mail wordt nooit gepubliceerd noch gedeeld. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *

U mag deze HTML-elementen en attributen gebruiken <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

*
*